Doetinchem, 17 december 2018 – De komende tijd zal een aantal Achterhoekse gemeenteraden zich uitspreken over het gemeentelijk beleid omtrent locaties voor duurzame energieopwekking. Naast besparing op het energiegebruik, zullen windmolens en zonneparken voor iedereen zichtbaar worden in de leefomgeving. De gemeenten geven dan ook aan onder welke voorwaarden het een en ander kan worden gerealiseerd.

Er wordt al een aantal jaren hard aan de energietransitie gewerkt in de Achterhoek. Acht Achterhoekse gemeenten hebben in 2013 AGEM opgericht. Daarmee is een goede start gemaakt in het samen optrekken in de energietransitie. AGEM staat precies in het midden van het speelveld tussen: overheid, marktpartijen en burgers. De Achterhoekse energiemaatschappij werkt aan het versterken van de Achterhoek als regio door het aanjagen van de energietransitie en het benutten van kansen die deze transitie biedt. De volgende stap wordt momenteel gezet door het vaststellen van gemeentelijk beleid.

Niet regionaal

Participatie, oftewel samen doen, is hierbij van groot belang voor het versterken van de regio. Beide woorden (zowel samen als doen) wegen voor AGEM even zwaar. Niet tegen elkaar praten als gemeenten en burgers, maar samen doen als Achterhoekers.
Nederlandse en zelfs buitenlandse ontwikkelaars kopen of leasen momenteel land in de Achterhoek en sluiten contracten met de grondeigenaren over het gebruik van hun grond voor projecten met zonnevelden en windparken. Dat betekent ook dat ontwikkelaars van buiten de Achterhoek het project in eigendom krijgen. Veelal wordt zo’n project na oplevering doorverkocht. Onze Achterhoekse energiebronnen dreigen hiermee in buitenlandse handen te vallen. Bij veel van deze grote projecten is de zeggenschap van de Achterhoek dus niet geregeld.
Dit is een groot gevaar voor de regio. We verliezen zeggenschap over onze eigen grond en energiebronnen. Daarnaast is de kans groot dat, eenmaal op het net, alhier duurzaam opgewekte energie niet aan de Achterhoek kan worden toegeschreven.

Participatie

Als we de bronnen wel zelf in eigendom krijgen, kunnen we er profijt van trekken door een stuk van het rendement in de regio te houden (opbrengst voor lokale eigenaren, geld voor de gemeenschap). Ook levert dit betere garanties voor regionale werkgelegenheid.
Participatie is dus niet alleen belangrijk met betrekking tot eigendom, maar vooral in relatie tot zeggenschap en om ervoor te zorgen dat grote winsten niet wegvloeien maar lokaal landen. Niet in de laatste plaats is participatie van omwonenden natuurlijk van belang bij de ontwikkeling van het project in hun leefomgeving.

Concreet gezegd; een wijk of dorp in de Achterhoek zou zelf in de energievraag moeten kunnen voorzien, opgewekt door een eigen windmolen of zonnepark. Er zijn veel voorbeelden dat als er niet voldoende zeggenschap is, het eigendom in buitenlandse handen valt. De zeggenschap over de molen of het zonnepark ligt dan niet langer bij de inwoners, energie die wordt opgewekt komt dan niet ten goede aan de inwoners, energie moet dan extern worden ingekocht en de inwoners hebben niet langer invloed op de ontwikkelingen in de toekomst.

Een recent en dichtbij voorbeeld is dat windpark Netterden, dat door de BAM en Yard is ontwikkeld, aan het Japanse Eurus Energy is verkocht. Dit gebeurt momenteel mede doordat er (nog) geen Nederlandse investeringsfondsen zijn die risicodragende projecten ontwikkelen of die vaak achter de schermen toch buitenlands zijn. Het is noodzakelijk dat binnen de gemeenten het samendoen in het beleid wordt verankerd.

Guus Ydema, directeur van AGEM: “Wij roepen alle Achterhoekers op om te denken als Achterhoeker en niet te handelen uit puur eigen belang. Wij roepen bestuurders op om partijen te verleiden het samen te doen, als Achterhoekers. En we roepen inwoners en coöperaties op niet te bescheiden te zijn en op te komen voor onze regio. Wij zijn samen de Achterhoek en we zijn samen aan zet. Wij ondersteunen graag gemeenten en coöperaties om samen te zorgen voor onze eigen duurzame energie met een goede lokale verdeling van de lasten en lusten.”